Nederlandse naam:
Naaldvalziekte van Douglasspar
Wetenschappelijke naam:
Rhabdocline pseudotsugae

Wetenschappelije naam

Rhabdocline pseudotsugae

Nederlandse naam

Naaldvalziekte van Douglasspar

Type aantasting

Bladpathogeen

Taxonomische indeling

Ascomyceet

Rhytismatales

Waardplanten

Het geslacht Pseudotsuga, met name de zogeheten blauwe (glauca) en grijze (caesia) varieteiten van Pseudotsuga menziesii.

Aantastingsbeeld

Het voornaamste aantastingsbeeld is een ‘ijle’ kroon, waarbij vaak de naalden van een bepaalde ‘jaargang’ geheel ontbreken. Op de aangetaste naalden ontstaan in eerste instantie in de herfst, lichtgroene vlekken die gedurende de winter naar paars-bruin verkleuren. De naalden vertonen een ‘marmerachtig’ uiterlijk. In de zomer zijn aan de onderzijde van de naalden de langwerpige, parallel liggende, geel-oranje vruchtlichamen zichtbaar.

Mogelijke verwarring met andere aantastingen

Een aantal andere naaldziekten, zoals naaldval, veroorzaakt door Phaeocryptopus geaumannii. Invloed van zgn. zure regen, waarbij vooral de oudere naaldjaargangen (3 tot 5 jaar) ontbreken. Naldverlies door wintervorst. Naaldvlekken veroorzaakt door de Douglaswolluis.

Schade

De schade is vooral van belang bij oudere bomen in bosopstanden, waar ze leidt tot groeireductie en verzwakking van de bomen waardoor de gevoeligheid voor secundaire aantastingen toeneemt. In boomkwekerijen is de schade doorgaans geen probleem.

Verspreiding en frequentie van aantasting

In Europa komt de ziekte vrij algemeen voor. In Nederland komt de ziekte zelden voor, maar de verspreiding ervan is nog niet geheel in kaart gebracht.

Aanvullende informatie

Rhabdocline pseudotsugae is een schimmel die gezonde naalden infecteert door middel van ascosporen die worden gevormd in de oranje-gele, 2-4 mm lange vruchtlichamen (apothecia) in de reeds aangetaste naalden die nog aanwezig zijn in de boom. Deze worden gevormd in het voorjaar (april) onder de epidermis aan de onderzijde van de naalden. Ze worden rijp gedurende de maanden mei tot juli en breken dan door de epidermis heen waarbij de sporen vrijkomen. Deze infecteren vervolgens de naalden in de knoppen van de boom of de naburige bomen op het tijdstip dat zij openbreken. De oude aangetaste naalden verkleuren naar geelbruin en vallen nog hetzelfde jaar van de boom. Naalden die minder zwaar zijn aangetast kunnen nog een jaar langer op de boom aanwezig blijven. De ontwikkeling van de ziekte wordt bevorderd door een hoge luchtvochtigheid in het voorjaar.